Woensdag 9 december is de eerste Nederlandse baby geboren die verwekt werd met behulp van een nieuwe vruchtbaarheidsbehandeling: in vitro maturatie (IVM). Deze techniek lijkt op IVF, maar dan zónder de gebruikelijke, loodzware en soms gevaarlijke hormoonkuur.
Vanaf vandaag kunnen in het kader van onderzoek ook andere koppels IVM krijgen, in ziekenhuizen in Den Bosch, Tilburg en Zwolle. Baby Nienke werd spontaan geboren met 39 weken en is volgens haar moeder een "flinke dame van 4080 gram" en "helemaal gezond". "We zijn supertrots, blij en gelukkig", vertelt de moeder (32) vanuit het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch.
Behandelend gynaecoloog Jan-Peter de Bruin begeleidde de bevalling zelf en is bijna net zo trots en blij. "IVM is een nieuwe techniek", vertelt hij, "waarmee we vooral vrouwen helpen die al heel lang een kind willen, maar bij wie het steeds niet lukt vanwege bijwerkingen van IVF-hormonen." Bij reguliere IVF moet een vrouw zichzelf twaalf dagen injecteren met een hoge dosis hormonen, om haar eicellen te laten rijpen. De Bruin: "Dat is nogal wat. Veel vrouwen krijgen er buikpijn en stemmingswisselingen van.
Bij 2 procent rijpen te veel eicellen, waardoor een ernstige ziekte ontstaat: het ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS)." Zo ook bij de moeder van Nienke. Bij de eerste IVF poging dreigde ze OHSS te krijgen en werd de behandeling afgebroken, de tweede keer kreeg ze echt OHSS: "Ik moest een week opgenomen worden. Ik was zo bezorgd en beroerd dat ik ging nadenken of ik wel écht kinderen wilde. Ik wilde zeker niet nog een keer IVF. Toen bood dokter de Bruin ons IVM aan. Ik dacht dat we weinig kans hadden, maar na twee keer was ik zwanger en verliep alles volgens het boekje. Wel vond ik de hele zwangerschap spannend. In het buitenland doen ze vaker IVM, maar in Nederland waren we de eerste. Dan vraag je je toch wel eens af waar je aan begonnen bent."
Bij IVM zijn geen of weinig hormonen nodig, doordat de eicellen onrijp uit de eierstokken worden gehaald en in het laboratorium tot ontwikkeling worden gebracht. Daarna worden de eicellen bevrucht door net als bij gewone IVF sperma toe te voegen of door een zaadcel in de eicel te injecteren (ICSI). In Canada, Zuid-Korea, Denemarken, Finland en Italië wordt IVM al een jaar of vijf aangeboden naast de reguliere IVF. Wereldwijd werden 1.100 IVM-kinderen geboren.
Het ziekenhuis in Den Bosch deed een pilot-experiment met 20 IVM-behandelingen, waaruit nu Nienke geboren werd. De overige vrouwen werden niet zwanger of kregen snel een miskraam. De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en de Vereniging voor Klinische Embryologie (KLEM) plaatsten echter meteen kanttekeningen bij de effectiviteit en veiligheid van IVM. Bij IVM is de kans op een levend geboren kind na één behandeling kleiner dan bij IVF: 15 procent tegenover 20 procent. De Bruin: "Bovendien hebben IVM-kinderen weliswaar een normaal geboortegewicht en lijken ze niet meer aangeboren afwijkingen te hebben dan gewone IVF-kinderen. Maar dat is alleen onderzocht in kleine groepen baby’s en de ontwikkeling van de kinderen is niet langer dan twee jaar gevolgd."
Daarom willen de twee beroepsverenigingen IVM alleen uitvoeren in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Vandaag kregen het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch, het Sint Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg en de Isala Klinieken in Zwolle toestemming van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek om zo’n onderzoek daadwerkelijk uit te voeren. De ziekenhuizen zullen met 400 vrouwen de patiëntvriendelijkheid, effectiviteit, gezondheid van de kinderen en kosten van IVM vergelijken met reguliere IVF.
De Bruin: "In februari doen we de eerste behandelingen, maar alleen bij vrouwen met een verhoogde kans op OHSS. Dat zijn vooral vrouwen die eerder OHSS hebben gehad en patiënten met de ziekte PolyCysteus Ovarium Syndroom." Of en wanneer IVM als standaard behandeling beschikbaar komt in Nederland, is volgens De Bruin niet te zeggen. Bron: NRC Handelsblad
11/12/2009